Op deze pagina's is het archief van DW B terug te vinden. Voor de actuele website ga naar: https://www.dwb.be

Ballade der verbijstering. Over God en/of een onbestaand gedicht

Verschenen in: Lieve God
Auteur: Jan Lauwereyns

1
Zwijgen is toestemmen, en wie niet nee zegt, zegt ja, of in ieder geval op redelijk positieve, apodictische wijze niets, en het grote niets ten aanzien van God is natuurlijk een klassiek en belangrijk statement.

2
Dat jullie synchroon een identieke bijdrage voor DW B willen schrijven, is spannend uiteraard. We noemen het een duogedicht: een lege bladzijde met linksboven de namen Dirk van Bastelaere & Ilja Leonard Pfeijffer.

3
Uit Furyo (1982) van Nagisa Oshima, buik opengesneden, maar hoofd nog niet afgehakt, tong nog niet ingeslikt:



4
God ontkent zich niet, een grap beyond irony.

5
Nee, nooit weggeweest. Nee, dus. Onrecht, lafheid en leugenachtige stupiditeit. Omdat men zich liever achterlijk voordoet dan werkelijk voorgeeft, of de aanbidding van het goedkope cynisme. Ze vormen de ijdele avant-garde van de wrede wanhoop. Nee, of ja als een idee. Ja, maar het zijn geen fabeltjes. Vijfjarigen (cf. Kelemen in Psychological Science, 2004) en bejaarden die aan de ziekte van Alzheimer lijden (cf. Lombrozo et al. in Psychological Science, 2007). Lafheid en leugenachtige stupiditeit voor wat betreft het eerste deel van de vraag; het tweede deel van de vraag is misleidend, vertrekkend van verkeerde premissen. Het boek bestaat, een doos vol poëzie, veel slechte, maar hier en daar een pareltje. Nee. Ja.

6
Een mug die nog niet volgetankt is, meer bloed ruikt, zich maar niet laat vangen.

7
Een patroon? Indianapolis, Wien, München, Washington, DC, 1532 (of is het 1538?), circa 1500, 1503, 1536. Zoek via Google Images ‘lucas cranach crucifixion’. Ik pluk er hier vier uit (er zijn er meer). Focus op de lendendoek.

7.1
http://www.uni-leipzig.de/ru/bilder/passion3/cranac03.jpg7.2

http://www.imamuseum.org/Media_Database/Collections/2000/00300-00399/2000.344/5E6E0DDC-927A-4ECF-8D4C-D551BDADC5B2_C.jpg
7.3
http://z.about.com/d/arthistory/1/7/4/Z/lce1107_01.jpgToegegeven, hier wordt de penis wel radicaal geplooid, ongetwijfeld geen klein beetje pijnlijk, maar daar gaat het om, en wie goed zoekt onder, zeg maar,
www.shooshtime.com, komt vast wel straffere exploten tegen.
7.4
http://www.nga.gov/fcgi-bin/timage_f?object=46168&image=9360
Voor meer uitleg, zie Slaughter (in Law and Critique, 2007) – de meneer heet echt zo, Marty Slaughter, en zijn artikel is geheel vrijelijk beschikbaar op:
http://kar.kent.ac.uk/1138/1/Black_and_White_14NOV07DP.pdf.
Lees vanaf pagina 17. Hij haalt de mosterd uit dezelfde bron, James Elkins. Mijn ogen vielen zo ongeveer tien jaar geleden open bij het lezen van The Object Stares Back. Elkins gebruikte toen het voorbeeld uit 7.1 in zijn exposé.

8
De gigantische lul van God, als Man van Smarten, stijf, defaitistisch neerhangend, dubbel geplooid, of een beetje in de lucht zwevend – waarom? wat betekent het? Elkins zegt een hoop mooie, maar niet geheel overtuigende dingen. Hij zoekt het te ver. De mensen die naast Jezus Christus hangen hebben een veel kleiner piemeltje. De goddelijkheid is visueel het duidelijkst gemarkeerd door de lengte van de penis. Wat betekent dat? Met Ockham’s razor, of de lex parsimoniae, gewoon en simpelweg: God is een grote lul.

9
Het zijn wél mijn zaken, jouw zaken, onze zaken. Het zijn Uw zaken niet.

10
Maar Andrej Tarkovski? Sofia Gubaidulina, Arvo Pärt? Johann Sebastian Bach? Oké, toen was er wellicht te weinig ondersteuning voor een andere manier van denken, er was nog geen idee van een keuze, geen valabel alternatief, Nietzsche had Hem nog niet doodverklaard in Die fröhliche Wissenschaft (‘la gaya scienza’) (1882). Wat maken we van Fjodor Dostojevski? Sergei Nechajev, de nihilisten, een weeromstuit? Wat gebeurde er met T.S. Eliot na The Waste Land (1922)? Vanwaar die verdachte gezegendheid van Hans Faverey aan het eind? Zelfs Michael Palmer, ongedwongen, haast vanzelfsprekend, het woord met hoofdletter en zonder lidwoord in een aantal gedichten, de inroeping van de ultieme apostrof schijnbaar (of toch echt?) een vertrouwde stijlfiguur. En Tom Waits in ‘Road to Peace’ over onze zaken (uit het driedelige Orphans, 2006, nummer tien op Brawlers), zo voorzichtig in de twijfel, zo zacht in het oordeel?
Lees nogmaals de geweldige lyrics:
http://www.absolutelyrics.com/lyrics/view/tom_waits/road_to_peace/.
Helaas ontkracht (verkracht) door het ongelofelijk slappe slot, dat ik hier moedwillig uit zijn context ruk (wel geef ik nog snel toe dat de klanken, gezongen, niet zo slecht klinken):

And if God is great and if God is good why can’t he change the hearts of men?
Well maybe God himself is lost and needs help
Maybe God himself he needs all of our help
Maybe God himself is lost and needs help
He’s out upon the road to peace

Well maybe God himself is lost and needs help
Maybe God himself he needs all of our help
And he’s lost upon the road to peace
And he’s lost upon the road to peace
Out upon the road to peace

11
Hier hangt Hij in Weimar, de Herderkirche (of die van Peter & Paul), de laatste kruisiging door Lucas Cranach, een opdracht aangevat door de eigenlijke, de oudere (geportretteerd rechtsonder, met gevorkte witte baard), en na zijn dood voltooid door de jongere, 1552-1555. De Zoon van God ondergaat opnieuw een verdachte wappering ter hoogte van de onderbuik. Een engeltje staat op het punt op Zijn eikel te landen, of is het toch een mug, nog niet volgetankt, meer bloed ruikend? Bloed dat niet vloeit maar spuit, met de boog van een straal pis:

 

12
De ultieme apostrof, het veel te groot uitgevallen stopwoordje, des mensen perfect narcistische invulling (indijking) van het instinct voor mystiek, een gemakzuchtige exploitatie van, en controle op, het natuurlijke gevoel van ontzag voor het wonderlijke werkelijke. Een ‘spandrel’ (in de betekenis die Stephen Jay Gould eraan gaf, zeg maar een evolutionair neveneffect) van taal en de universele grammatica, met werkwoorden die een handeling of een beweging koppelen aan een onderwerp. Voor elke beweging, voor elke gebeurtenis opent taal een gaatje, een kleine Ø, waar iets verwacht wordt, een iets, een kracht, een beweger. Alleen al het hebben van taal verleidt de gebruiker ertoe te denken dat een onderwerp de wereld maakte. God vult met Zijn gigantische lul het gat dat taal – the tongue, la langue – bood, haar mond wijd open voor machtige fellatio (oyez, oyez, Sakura Sakurada!). Lieve God, de totale perversie, de illusie het onzegbare gezegd te hebben, het onbestaande perfecte gedicht uitgesproken te hebben, de ballade der verbijstering, een duogedicht van Dirk van Bastelaere & Ilja Leonard Pfeijffer. Lieve God, inderdaad, hoe is het mogelijk. Zoveel leugenachtige stupiditeit, zoveel lafheid.

13
Lieve God, de onstelpbare wezenlijkheid van Patricia de Martelaere, het woeste wespengezoem van Arnoud van Adrichem en Jan Lauwereyns, de geniale lastige tijd van Lucas Hüsgen, het probleem van Luis volgens Arjen Duinker, het scheuren van Adonai in Anne Vegter, het jeuken der pink door Maria van Daalen, de diepe offerplaatsgevoeligheid van Yra van Dijk en Matthijs Ponte, de geur van het verwerpelijke voor Celia Ledoux, het baldadige gakken van Saskia de Jong, het stille nachtelijke van Leo Vroman, de radicale sprake op het hersenvlies van Peter Verhelst, de weidsheid in zich van H.H. ter Balkt, de consequente goddeloosheid van het ik in mij.