Op deze pagina's is het archief van DW B terug te vinden. Voor de actuele website ga naar: https://www.dwb.be

Europa's grenzen

Auteur: György Konrád

Vertaald door Daniel de Vin

Van grenzen houd ik niet: ik ben er meestal bang van geweest, ik heb er zelden enig voordeel van gehad, ik heb ze meermaals als onaangenaam en bedreigend moeten ervaren. Ze representeren de macht van de staat, de gewapende overmacht van niet al te slimme geüniformeerden, die de macht hebben om mij in het gareel te laten lopen, mij al dan niet binnen te laten. Zij kunnen mijn reispas afpakken, iets wat van mij is, zij kunnen mijn tassen controleren, mij fouilleren, in vraag stellen en als verdachte bestempelen.
      
Ik weet wel, natuurlijk weet ik wel dat het nog onaangenamer zou zijn wanneer een van mijn medereizigers een bewapend vliegtuigkaper zou blijken te zijn.
      
Lovenswaardig is alleen al het feit dat de professionele geüniformeerden mij niet samen met mijn voertuig willen opblazen. In mijn eerste reactie probeer ik hen niettemin als pluisjes weg te blazen, hen te vergeestelijken, te relativeren, de slagboom van mij weg te schuiven.
     
Nog in de oude tijd, toen sovjettroepen in Hongarije gekazerneerd waren, was ik eens als socioloog met een vriend in een auto onderweg naar een dorpje toen een geïmproviseerde kleine slagboom ons de weg versperde en een jonge soldaat flegmatisch in het gras lag.
      
‘Laat u ons alstublieft doorrijden!’ zei ik vriendelijk.
      
‘Moshno, dat kan, dat gaat’, zei hij vriendelijk. ‘Maar er zal worden geschoten en dan auto kapot en jullie zelf ook kapot. Wil je dat wel?’ Dat wou ik niet.
      
Hoe heb ik moeten kotsen van de Berlijnse muur die achter de Oost-Duitsers dicht was gegaan zoals de celdeur achter een gevangene!
      
Een bord aan de kant van de weg verduidelijkt dat ik, als ik voortloop, van het ene comitaat  in het andere terechtkom, van de ene stad in de andere, van de ene oever van de rivier op de andere: van dit soort grenzen houd ik meer, ter informatie, waardoor de plaats waar wij ons bevinden een naam krijgt die misschien gepaard gaat met interessante gedachten.
      
In Boedapest de grenzen van de districten overschrijden is geen bijzonder dramatische ervaring. Maar toen ik mij ambtshalve in het zevende district met kinder- en jeugdbescherming moest bezighouden, betekende dit wel dat het zevende district anders was dan het zesde of het achtste.
      
Laten wij onze tocht ter verdediging van de grenzen voortzetten: tuinpoortjes, deuren van huis en flat bakenen onze thuis af van de buitenwereld. En dat is geruststellend want er is al eens ingebroken bij mij. Er is ook al eens iemand binnengeslopen, samen met mijn pc was ik toen mijn teksten kwijt. Dat deed evenveel pijn als die keer dat vier gewapende mannen in onze woning een huiszoeking deden en uit de opbergkast zakken vol manuscripten tevoorschijn haalden en in beslag namen.
      
Ik reageerde met verstoppen en smokkelen om de teksten te verdedigen, alleen al omdat mijn werk erin zat. Toen het manuscript van een van mijn romans bij een vriend in beslag genomen werd en in de papierversnipperaar terechtkwam, was ik net zo geraakt.
      
Gelukkig had ik nog een tweede exemplaar. Mijn lievelingsfiguur is die oude clown in het circus die, als ze zijn muziekinstrument afpakken, van ergens tussen zijn kleren keer op keer met een triomferende kinderlijke glimlach mini-instrumentjes tevoorschijn haalt en telkens weer roept: nog eentje!
      
Ook ik zorgde ervoor dat er steeds nog een exemplaar was, eentje verstopt onder de grond, eentje over de grens naar het buitenland gesmokkeld.
      
Dat is lang geleden, al bijna een sprookje. Maar ook in de democratie kan je worden overvallen en  beroofd. Zo werd ik zelfs een keer in de trein bestolen door onschuldig uitziende jonge vrouwen die, terwijl ik een dutje deed, mijn map van boven mijn hoofd meenamen. Heel vervelend, zoals voor een pas geschoren schaap, maar het zal wel nieuwe wol krijgen.
      
Mijn deel paranoia heb ik wel gehad. Of het nu een Openbaar Ministerie is of een misdadige hand die de substantie van mijn tijd rooft, doet er niet toe.
      
Wij verdedigen ons en nemen voorzorgsmaatregelen, wat meestal wel lukt, maar soms ook niet.
       De grens verschuift zienderogen verder naar binnen en samen met haar de eventualiteit van het binnenvallen. Deur van huis, flat of kamer: tot waar mogen het vreemde en de voor mij ongewenste macht oprukken? Tot tegen mijn lichaam? En niet alleen de wapenstok, maar ook een knuppel of een bierpot?
      
Wij weten heel goed dat wij gevaar lopen en kwetsbaar zijn, daarom plaatsen wij schuttingen en grenzen wij ons af.
      
Er zijn fysieke grenzen, gesloten deuren, maar ook drempels die je weliswaar kunt overschrijden, maar wat je zonder uitnodiging maar liever niet moet doen.
      
Al jarenlang passeer ik iedere maand meerdere grenzen. Ik ben een professionele grensganger; ik geniet ervan dat onaangename grenzen achter mij liggen.
      
Het gebeurde weleens dat ik tegen mijzelf zei: ‘Haha, tot hier reikt jullie arm niet meer.’ Ik was als de muis die zich in haar hol verschuilt en juichend, vol leedvermaak, piep zegt.
       Wat kan er niet allemaal een grens zijn: een voetpad, een laan, een beek, een sloot. Of een briefje in de wachtkamer van de dokter waarop staat dat ik niet mag kloppen, dat ze mij zullen roepen.
      
In Amerika ben ik langs huizen gewandeld die in geval van trespassing een gewapende reactie – armed response – aankondigen.
      
Het komt voor dat een feilbaar mens de afbakening van zijn privésfeer al te zeer au sérieux neemt. Een Fransman uit de middenklasse is, om zichzelf te kunnen verdedigen, in het bezit van een wapenvergunning en een revolver. Hij wordt in het donker wakker en schiet zijn vrouw, die met een glas water op de toppen van haar tenen uit de keuken terug sluipt, dood.
      
Als iemand ongevraagd mijn huis binnensluipt, kan ik hem bij die gelegenheid doodschieten zonder dat ik als moordenaar word opgesloten.


Lees meer in In de kruipruimte van de literatuur