Op deze pagina's is het archief van DW B terug te vinden. Voor de actuele website ga naar: https://www.dwb.be

Schumann en de Rijn

Verschenen in: Rijndorst
Auteur: John Worthen


Vertaald door Arnoud van Adrichem

Toen de componist Robert Schumann in 1850 naar Düsseldorf reisde om daar stedelijk muziekdirecteur te worden kwam hij sinds lange tijd weer in het Rijnland; hij had het gebied voor het laatst verkend als student in Heidelberg, 1829-30. Maar hij was het nooit vergeten; en hij zal het in mei 1840 zeker voor zich hebben gezien tijdens het componeren van zijn lied ‘Im Rhein, im heiligen Strome’ voor Dichterliebe, met ‘muziek geschikt voor een Gotische kathedraal’. Terug in het Rijnland zou hij met zijn derde symfonie daadwerkelijk muziek schrijven voor een Gotische kathedraal, direct geïnspireerd op de kathedraal in Keulen; het stuk zou later bekend worden als de Rheinische.

Uiteraard grepen hij en zijn vrouw Clara ook de kans om vanuit Düsseldorf excursies langs de Rijn te maken. Zo gingen ze in de zomer van 1851 stroomopwaarts naar Zwitserland; in de zomer van 1852 brachten ze enige tijd door in Bonn en Bad Godesberg, nabij de rivier. In september 1852 waren hij, zijn vrouw en hun zeven kinderen ook verhuisd naar een nieuw, ruimer appartement op de eerste verdieping in de Bilker Straße te Düsseldorf, gelegen in het centrum van de oude stad en dichtbij de Rijn, waar zij geregeld wandelden.

Maar tijdens hun Düsseldorfse jaren ging het steeds slechter met Schumanns gezondheid. In de zomer van 1852 leed hij vermoedelijk aan een lichte cardiovasculaire aandoening; en ook in de daaropvolgende zomer kampte hij met hartproblemen. In de winter van 1852-53 leed hij aan duizelingen en verslechterde zijn gehoor om onbegrijpelijke redenen, iets wat nog het gehele jaar zou voortduren. Ondanks zijn slechte gezondheid beleefde hij in de late zomer en herfst van 1853 een periode van ongekende creativiteit; de muziek stroomde uit hem (een vioolconcert, nieuwe pianostukken, nog een vioolsonate, enkele romances voor piano en cello). In de winter van 1853-53 kreeg hij evenwel opnieuw te maken met gehoorstoornissen.

Op 10 februari 1854 ging de situatie plotseling nog sneller achteruit; hij begon stemmen en muziek te horen, nu eens prachtig, dan weer angstaanjagend; engelen zongen hem toe, concerten klonken op in zijn hoofd, duivels dreigden hem aan te vallen. Hij voelde ook de aandrang om Clara iets aan te doen, en eiste dat hij zou worden opgenomen in een inrichting om te herstellen. Maar noch Clara, noch een groep artsen (inclusief Schumanns eigen arts, Dr. Richard Hasenclever) vond dat nodig.


Het vervolg van deze tekst lees je in de papieren versie van DW B 2013 4.